Lekker buiten bezig – gastblog Ruth Belder

In het najaar van 2015 ging in Nederland de eerste officiële vakopleiding tot schaapherder van start. Door vergrijzing zou in de komende jaren een tekort aan schaapherders ontstaan terwijl de vraag naar schapenbegrazing vanuit overheids- en natuurbeheerorganisaties alleen maar toeneemt.

De zon gaat bloedrood op boven het Brabantse land. Het is nog koud zo vroeg op de dag. Ik sta op de geluidswal langs de A77 ter hoogte van Boxmeer. Onder mij raast het vrachtverkeer op de snelweg die met name de verkeersbewegingen richting het Duitse Ruhrgebied verwerkt. Ik bouw een vak met de netten die mijn ‘baas’ voor me heeft klaargelegd. Vijftig meter oranje schapengaas verdeelt over 10 vakken met om de vijf meter een plastic paaltje met een dubbele stalen pin aan de onderkant. Ik gooi de netten uit, trek ze strak, loop terug en trap met mijn voet de pinnen in de grond. Vervolgens sjouw ik met het volgende net naar het eindpunt van dit eerste exemplaar en begint hetzelfde verhaal opnieuw. Het talud is behoorlijk steil en er liggen nog zeker zo’n 15 netten op me te wachten. Het maaien van de vegetatie is hier geen optie voor de gemeente Boxmeer, de geluidswal wordt daarom begraasd met schapen. En passant neemt het begrazingsbedrijf waarvoor ik werk ook nog het volledige achterliggende industrieterrein mee. De grote, stille heide is hier ver, ver vandaan.

Watje

Sinds kort volg ik een opleiding tot schaapherder, twee stagedagen plus een cursusdag per week. Het leek me wel wat. Omdat ik graag buiten ben. En met dieren werken leuk vind. Omdat ik een bordercollie heb. Ik blijk een watje. Aan het eind van de dag rol ik uitgeput mijn bed in en ‘s ochtends kom ik er geradbraakt weer uit. Mijn rug doet zeer en mijn knieën ook. Na het avondeten doe ik oefeningen om mijn rug- en buikspieren te trainen. Ik heb niet echt het idee dat het zoden aan de dijk zet.

Met mijn aanmelding heb ik gehoor gegeven aan de roep vanuit het veld. Overheids- en natuurbeheerorganisaties vrezen een tekort aan schaapherders omdat de beroepsgroep vergrijst. Dit terwijl de vraag naar schapenbegrazing alleen maar toeneemt. Voor heideterreinen, of de corridors die de verschillende onderdelen verbinden van het Natuurnetwerk Nederland, ook wel bekend als de Ecologische Hoofdstructuur. Ook stedelijk groen wordt steeds vaker kort gehouden door de wollige grasmaaiers. Begrazing met schapen zorgt voor meer diversiteit in de vegetatie. De dieren kunnen bovendien op plekken komen waar maaimachines niet kunnen rijden. En niet in de laatste plaats, de mensen vinden het leuk. Zolang de schapen niet op de wandelpaden poepen dan. Dat vinden de mensen vervelend.
Schapenbegrazing wordt vrijwel altijd aanbesteed. Dan is de kans natuurlijk groot dat de opdracht wordt gegund aan de inschrijver met het laagste tarief. Maar een goed onderbouwd begrazingsplan voor het betreffende terrein wil ook nog weleens helpen.

Romantiek en authenticiteit

De tweejarige opleiding vond onderdak bij een grote groenopleider die zich in het zuiden en oosten van het land bevindt. De MBO-leerlingen hier zijn vrijwel allemaal stoere jongens en meiden die afritsbroeken dragen met stevige stappers eronder en vaak een baard hebben. De jongens dan. In het najaar van 2015 startte een curieus klasje schaapherders-in-opleiding met ongeveer 18 leerlingen. Van heinde en verre stroomden de kandidaten toe, aangetrokken tot de romantiek en authenticiteit van het herdersvak. Een balletdanseres, een medewerkster van Greenpeace, een kroegbaas, iemand die in de ICT-beveiliging werkt en een jongen die beweert een boefje te zijn geweest. De laatste kwam al snel niet meer naar de les. Waar hij is gebleven, weet niemand. Verder nog een pezige Vlaming die al ‘in de schapen’ zit, twee hulpverleners en een tekstschrijfster.

Voor de balletdanseres bleek een en ander al in een vroeg stadium niet te combineren met het werk in haar eigen balletstudio terwijl de medewerkster van Greenpeace het eigenlijk toch wel lastig vond dat zij indirect meewerkte aan het doden van ramlammeren. Ze stopten ermee. Een mevrouw die in de kinderopvang werkte, kreeg plots geen vrij meer van haar werkgever om stage te kunnen lopen. Gedurende het eerste semester slonk het klasje zo gestaag.

Landrover Defender

Wim en Joke Jans zijn moderne schaapherders. Ze hebben een begrazingsbedrijf met kempische heideschapen. Organisaties voor natuurbeheer zijn dol op heideschapen. Ze ogen lekker authentiek en vreten bovendien ook de wat ruigere vegetatie gretig kaal. De schapen van Wim en Joke begrazen met name stedelijk groen en in mindere mate enkele heideterreinen in het zuidoosten van de provincie Noord-Brabant. De peelrandbreuk die hier onder de aardkorst actief is, bezorgt de schaapherder zomer en winter gegarandeerd natte voeten. Wim en Joke hebben allebei een Landrover Defender. Dat vinden ze een mooie auto. Je hangt er bovendien zo een aanhanger achter met watertank van 1000 liter, of een veewagen. Voordat ze ‘in de schapen’ gingen, hadden ze melkkoeien en varkens. Ze zijn beide geboren en getogen in boerenbedrijven op het Brabantse platteland. Het zijn mensen zonder kapsones, die weten wat hard werken is. Fijn is dat. Ze praten plat Brabants met elkaar. Tijdens de boterham tussen de middag in hun keuken gaan de gesprekken vaak over ‘mergen’. Morgen namelijk, hebben de schapen het vak waarin ze vandaag staan, alweer op of in elk geval grotendeels leeggegeten. Het is dus van belang te weten waar je ze vervolgens weer neerzet.

Core business

Hoezo ronddwalen met een kudde schapen door uitgestrekte heidevelden? ‘Core business’ van het moderne begrazingsbedrijf is naast de verzorging van de dieren het bouwen van vakken. Dit gaat als volgt. Je neemt een net of 6, of je neemt er 20. Dat kan ook. Die gooi je uit, vijftig meter lang. Vervolgens zet je ze overeind en knoopt ze aan elkaar vast, net achter net achter net. Het geheel wordt onder stroom gezet met behulp van een mobiele accu. Niets of niemand immers weet beter dan een schaap dat het gras bij de buren altijd groener is. Vakken zet je op en breek je weer af. En je zet ze weer op en je breekt ze weer af. Eindeloos. Zulks van half maart tot pakweg eind november. Dan gaan de schapen op stal om lammetjes te krijgen. Als die groot zijn, zullen de meisjes hun ouder wordende of zieke moeders en tantes vervangen in de kuddes. Voor de jongens gloort een carrière als lamskarbonade of aanverwant lamsvleesproduct.

Tegen het einde van de middag komt de regen met bakken uit de hemel. Wim Jans draagt een regenpak waarvan hij de capuchon strak heeft dichtgeknoopt onder zijn kin. Hij heeft wel wat weg van een mainzelmänchen, het Duitse tekenfilmfiguurtje dat televisiezender ZDF uitzendt tussen reclames door. We zijn allebei brildragend en zien geen hand voor ogen. Hij vloekt omdat hij zojuist zijn aanhanger heeft vastgereden in het doorweekte grasland. De krachttermen die hij uit, klinken in plat Brabants nog best gezellig. De schapen blaten naar ons vanuit hun kaalgevreten vak. Of we een misschien een heel klein beetje kunnen opschieten, alsjeblieft dankjewel. Wim besluit om de aanhanger achter te laten en zelf op huis aan te gaan met de Defender. Voor mij laadt hij nog wat netten uit. Zodat ik even vooruit kan. Lekker buiten bezig, dat dan weer wel.

3 comments

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *