Als je iets start vanuit passie en je wens, dan wordt je droom realiteit

Marijke Dirkson was niet van plan herder te worden. Tenminste, niet toen ze als kind op de boerderij rondliep van haar oom. Ze was wel gek op de schapen en had heel graag meer gedaan op de boerderij. Als haar oom vroeg: ‘Voor een euro mag je voelen’, dat wil zeggen, voelen of de lammeren goed liggen voor het werpen, durfde ze niet. Achteraf vond ze dat gek: ‘Mijn ouders stimuleerde me enorm en maakte geen onderscheid, maar toch leek het of de vraag niet voor mij bedoeld was’.

Misschien heeft dat juist wel de doorslag te geven om na de Havo te kiezen voor een praktische opleiding. Groenbeheer, een dag naar school en vier dagen buiten aan het werk. De 16-jarige Marijke verricht alle groene werkzaamheden in de duinen en voelt zich met haar motorzaag in haar element. Als ze de opleiding af heeft, wil ze toch meer weten. Ze gaat op zoek naar een studie die zowel praktisch is, als meer achtergronden geeft over de organisatie van de groene natuur in Nederland. De STOAS biedt een brede pedagogische opleiding: ‘vakmanschap, meesterschap, ondernemerschap’, waar ze alle kanten mee op kan. Als ze klaar is, kan ze direct bij Staatsbosbeheer aan de slag als boswachter voorlichting. Een uitdagende baan en een mooie kans om alle kanten van het promoten van de natuur te leren kennen. Ze ontwerpt allerlei voorlichtingsactiviteiten en ontwikkeld lesprogramma’s. Ze schrijft zelfs een kinderboek ‘Met de boswachter op pad’, om ook kinderen te laten zien wat een boswachter allemaal meemaakt in het bos. Als boswachter kom je in contact met allerlei mensen die betrokken zijn bij de natuur, publiek, vrijwilligers, vakgenoten, landschapsbeheerders en bestuurders. Eigenlijk is dat voor een herder precies zo.

Als Marijke hoort dat er plannen zijn om in haar geboortestreek een schaapskooi te bouwen, gaat ze op zoek naar een baan dichter bij huis. Ze solliciteert bij het Waterleidingbedrijf Noord-Holland (PWN) waar ze start als boswachter voorlichting en vervolgens in het Bezoekerscentrum De Hoep als educatief medewerker. Ze zet educatieve programma’s op, stuurt vrijwilligers en flexwerkers (weekendstudenten) aan en regelt de inkoop van de winkel. De PWN wil ook graag met schapen aan de slag en Marijke wil dat graag organiseren. Het bedrijf wil het echter niet in eigen beheer organiseren, maar samenwerken met een ondernemer.

Marijke heeft al tijdens haar studie een paar schapen omdat er toevallig een stukje gras over is bij het bedrijf van haar schoonvader. Het aantal schapen breidt langzaam uit, afhankelijk van de grond die beschikbaar komt. In de tijd dat ze start bij PWN, probeert ze zelf natuurgronden te beheren. Ze koopt een hond die haar daarbij kan helpen en gaat op cursus in Engeland. Eenmaal thuis tussen haar Texelaars valt het nog steeds niet mee,  Texelaars zijn geen ideale schapen om mee te hoeden.

In 2010 kan Marijke het aantal schapen uitbreiden als de gemeente Bergen beheerders zoekt voor een polder in een overgangssituatie. Op zoek naar geschikte schapen komt ze herders tegen die werken zoals zij het zou willen. Schapen inzetten bij het natuurbeheer met respect voor zowel natuur, dier als mens. Als ze zich als boswachter meldt bij de Wassum is ze direct welkom om te komen praten. Voor Marijke een belangrijke stap. Nu heeft een netwerk gevonden om meer te leren over natuurbeheer met schapen en om mee samen te werken. Ze richt samen met haar partner het bedrijf ‘Landschapsbeheer Rinnegom’ op. Het bedrijf is genoemd naar de oude naam van de streek waar het is gevestigd. Dan is ze een geschikte ‘ondernemer’ voor PWN en kan ze aan de slag. De boswachter is herder geworden in haar eigen geboortestreek.

Als in 2014 de schaapskooi wordt geopend door het waterleidingbedrijf PWN maakt de kudde van Landschapsbeheer Rinnegom daar een onderdeel van uit. Een deel van de schapen van Marijke overnachten er na het grazen in de duinen. Marijke vind het bijzonder dat het natuurbehoud en schapenbegrazing zoveel draagvlak in de omgeving hebben dat het mogelijk is om een schaapskooi te bouwen. Ze geniet ervan. De kooi is vooral gericht op uitleg, educatie en promotie van natuurbeheer. Het vraagt heel andere capaciteiten dan het schapenbegrazingsbedrijf en is een belangrijke etalage voor het bedrijf.

Marijke vertelt zoals altijd vol passie over haar bedrijf.
Marijke vertelt zoals altijd vol passie over haar bedrijf.

Marijke vertelt zoals altijd vol passie over haar bedrijf.

Dit is een verhaal uit het boek ‘Waar lopen de schapen?’ met foto’s van Suze Vonk.
Bestel (en koop) het boek (€29,50) nu al en krijg €5,00 korting.

De herder kent de gangen van zijn schapen

IMG_3753-1-klein
De schapen van Christien willen eigenlijk gewoon echt gras.

De woorden waar Christien Mouw, de herder, het gedrag van haar schapen omschrijft zijn veelzeggend: ‘eigenzinnig, eigengereid, eigenwijs, wederstrevig en ongelofelijk koppig’. Geen woord van gelogen, want de schapen lijken hun eigen weg te bepalen. Het gebied ‘Boswachterij Nunspeet’ is 700 hectare groot. Tussen de paars bloeiende heide staan hele velden pijpenstrootje en wat jonge opslag. En groene stroken met gras. Meer dan genoeg te eten voor de 150 schapen. Toch hebben de dames heel andere plannen. Natuurlijk grazen ze wel wat hap snap van de hei en alles wat er verder tussen staat, maar ondertussen stappen ze stevig door richting Schapendrift. Dat pad leidt naar de schaapskooi waar ze een malse groene weide weten. De heide is ruig en heuvelachtig. Dat is voor de schapen geen probleem. Wij strompelen er een stuk langzamer achteraan. Het is maar goed dat Puck, de hond, weet dat de schapen daar vandaag niet naar toe mogen. Zo ver voor de herder uit proberen de dames steeds weer om richting de Schapendrift te lopen, maar elke keer is Puck ze te slim af.

Christien is een herder met hart voor haar dieren. Ze laat de schapen graag wat vrij. Ze hebben duidelijk lol, ze rennen, springen en dansen tussen de heide. Puck en zij blijven wel opletten. De schapen mogen niet helemaal hun eigen weg bepalen. Pas halverwege de ochtend, als alle verleidelijke zijpaden naar de schaapskooi voorbij zijn, mogen ze het zelf weten. Toevallig is de eerstvolgende groene weide ook de plek waar ze vanmiddag ingeschaard worden. Halverwege worden we opgewacht door twee wandelaars. Ze genieten van de vrolijke schapen, maar zijn blij als ze ons aan zien komen lopen. ‘We dachten al, is er geen herder bij?’ De wandelaars lopen met ons mee achter de schapen aan. Ze zijn nieuwsgierig naar de herder en de kudde. Vroeger zijn ze wel eens bij de schaapskooi geweest en toen was Cos, de man van Christien, de herder. Ze weten nog hoe enthousiast hij vertelde over de kudde en het werk er om heen. Christien doet niet voor hem onder. Als ze op haar eenvoudige manier vertelt over de struintochten met haar schapen op de heide, worden ook wij vanzelf rustig. Christien is kind van twee zendelingen en de eerste jaren opgegroeid tussen de Papoea’s in Nieuw-Guinea. De vrijheid uit haar jeugd vindt ze terug in de natuur tussen de dieren. Ze heeft Cos leren kennen op de hei en heeft als vanzelf het hoeden van hem overgenomen toen hij het zware loopwerk niet meer aankon. Tegenwoordig is de schaapskudde van de stichting die haar inhuurt. Het werk levert niet veel op, maar ze zijn met weinig tevreden. De laatste nieuwe lamp van Ikea is aan hen niet besteed.

De schapen zijn inmiddels wat mopperig. Het hek naar het weiland is dicht en ze lopen eromheen op zoek naar een opening. Ze zijn al tientallen meters verderop. Toch kost het weinig moeite om de kudde terug te lokken naar het hek. Ze komen als vanzelf naar de herder. Alleen de laatste drie dieren hebben wat extra aansporing van Puck nodig. Deze zijn namelijk met heel andere dingen bezig. Twee bronstige ooitjes hebben het heel druk met een van de rammen. Ze draaien parmantig om elkaar heen, bokken, duwen en flemen. Het lukt de ram nog niet echt om de dames stil te laten staan, maar volgens Christien is de dag nog lang. Waarschijnlijk wordt het eerste lammetje van deze kudde geboren op 25 januari (over vijf maanden min 5 dagen).

Een van de wandelaars vraagt hoe groot de kudde is. ‘Moet je de dieren niet tellen om zeker te weten of ze allemaal in de wei lopen?’ Een vraag naar haar hart. De gelijkenis met verhalen van de herder met zijn schapen uit de bijbel kent ze als kind van zendelingen als geen ander en ze vertelt ze graag. Tegelijkertijd staat ze met beide benen in het nu en verzekert ze de wandelaars dat er geen kans is dar er een schaap zoek raakt in het relatief open, vlakke terrein. Er is ooit weleens een schaap achtergebleven, maar dat heeft Puck direct door en hij wijst haar dan waar het dier is. In alles wat ze doet en zegt, blijkt dat Christien in niets onderdoet voor haar schapen. Ze is een eigengereid en heel wijs mens.

Christien loopt al jaren op deze heide met haar schapen. De laatste jaren in dienst van de Schaapskudde-Nunspeet.
Christien loopt al jaren op deze heide met haar schapen. De laatste jaren in dienst van de Schaapskudde-Nunspeet.

Dit is een verhaal uit het boek ‘Waar lopen de schapen?’ met foto’s van Suze Vonk.
Bestel (en koop) het boek nu al en krijg €5,00 korting.

En dan heb je ineens een hond extra

Daphne tussen haar vrolijke schapen.
Daphne tussen haar vrolijke schapen.

Als Daphne ’s avonds de kudde van de vrolijke schapen in het nachtvak neerzet, valt haar een betonplaat met een hek op. ‘n Ideale plek voor de vuilcontainers. Alleen zit er een hond. Een jonge Mechelse herder die fel uitvalt naar haar en de schapen. De hond zou gemakkelijk over het hek heen kunnen springen. Het voelt niet goed om de schapen zo achter te laten en Daphne gaat op zoek naar de eigenaar van de hond. Het wordt een vreemd gesprek. De hond voldoet niet aan de verwachtingen van de eigenaren. Vier maanden geleden vonden ze de toen vijf maanden oude pup niet waaks genoeg en sindsdien is hij niet meer uit de omheining weg geweest. Of Daphne het dier niet wil hebben?

Daphne wil helemaal niets. De situatie is echter onmogelijk voor de hond  en ze neemt hem mee achterin de bus. Het is een groot gebonk in de bus. Een echte stuiterbal. Niet zo gek dat de Mechelse herder in paniek is. Eenmaal thuis neemt ze haar eigen hond Ewan en de herder mee uit wandelen. Vier uur lang loopt ze rond en het dier wordt langzaam rustiger. Als ik bij Daphne op bezoek kom is de hond er net twee dagen. Ze zit veilig in de bench en is lekker rustig. Die bench is wel nodig, want in huis gooit ze alles overhoop en blijft er niet veel heel. Waarschijnlijk is ze nog maar weinig bekend met huizen en banken en spullen. Het bezoek kijkt ze even afwachtend aan, maar ze ziet dat het goed is en gaat rustig liggen. Ook later als we op pad gaan, is ze een en al vertrouwen en nieuwsgierigheid. De hond wordt steeds meer zichzelf.

Het kost Daphne weinig moeite om de hond tot rust te brengen. Zo lijkt het. Maar het kost haar natuurlijk wel haar nachtrust. Zeker die eerste nacht. De volgende ochtend is ze voor de schapen een nieuw vak aan het zetten langs het kanaal. Het is de bedoeling dat de schapen in het vak blijven en niet stiekem langs de rand bij het water zelf naar een groener stuk verkassen. Daphne zet het paaltje met het net in het water en ‘plons’, ze ligt er zelf in. Dat is echt de eerste keer dat dit gebeurt. Niet zo gek als je de hele nacht met vreemde honden loopt te wandelen.

We gaan natuurlijk bij de dames in het veld kijken. De dames vinden het wel gezellig dat de herder langskomt. Ze zouden zo weer met haar op stap gaan. Maar nu ben ik erbij. En de nieuwe hond. Een klein beetje afstand past. Als de hond achter de auto vast staat, vergeten de dames hem snel. Ze komen heerlijk tegen ons aan staan. De schaapjes zijn gewend aan mensen en het lijkt wel of ze het echt gezellig vinden als we bij ze staan te praten. Foto’s maken is bijna moeilijk, want ze kruipen in de camera.

We rijden naar alle mooie plekjes waar Daphne werkt met de schapen of mensen ontvangt om schapenvachten te vilten of andere leuke dingen te doen. Het lijkt wel of de hond helemaal in zijn element is. Het zou mooi zijn als ze net als Ewan, de border collie van Daphne, gewoon mee zou kunnen met de schapen. Alles is mogelijk. Zeker in de buurt van Daphne. Maar nu is het nog niet zo ver. Als we in een schuur van Daphne staan tussen de prachtige vachten van de Schoonebeekers, kan hij zich niet beheersen en rukt hij de wol in stukken. Dat moet ie nog maar even niet bij de schaapjes in het veld doen.

Schoonebeeker of Veluws heideschaap? Of een mix.
Schoonebeeker of Veluws heideschaap? Of een mix.

Dit is een verhaal uit het boek Waar lopen de schapen? met foto’s van Suze Vonk. Hierin vertellen herders over hun vak en de eigenwijze aanpak die ze daarbij kiezen. Kom genieten van hun werk, zodat dit beroep ook voor de toekomst wordt veiliggesteld. Het boek met verhalen en sfeerbeelden komt dit voorjaar uit.

Wil je op de hoogte gehouden worden? Schrijf je dan in op onze Facebook-pagina of abonneer je op de nieuwsbrief. Je kunt het boek nu bestellen. Dan krijg je € 5,00 korting op de verkoopprijs (van € 29,50).

Bestel (en koop) het boek (€ 29,50) nu en krijg €5,00 korting.

Vragenuurtje op de vlakte

Van dit struikje is niet veel meer over als er 350 dames langs wandelen.
Van dit struikje is niet veel meer over nadat er 350 dames langs wandelen.

De schapen zijn hard aan het werk. Ze zijn wat nukkig. ’s Nachts in het bos hebben ze vooral lekkere blaadjes gegeten van de Amerikaanse vogelkers. Nu moeten ze aan de slag op een vlakte met veel pijpenstrootje. Er staat ook vuilboom, daar eten ze de blaadjes snel van op en dan willen ze eigenlijk direct verder. Aan de andere kant van het pad staat nog meer lekkers. Maar dat is niet de bedoeling, de dames zijn ingehuurd om de pollen pijpenstrootje aan te vreten zodat de heide en andere planten meer kans krijgen om uit te groeien. Toch proberen ze elke keer het pad over te steken. De honden, Jop en Roy, zorgen dat ze dat niet doen.

De schapen staan niet echt rustig te grazen. Elke keer schrikt een schaap en dan schrikt de rest van de kudde met haar mee. Ze zijn wat schrikachtig omdat er vorige week een vreemde hond tussen de kudde belandde. In het open gebied van de Loonse en Drunense duinen lopen de schapen in de buurt van gebieden waar de honden los mogen lopen. Voor honden is het een leuk uitje. Uit nieuwsgierigheid komen ze dichterbij, de schapen schrikken en rennen weg. Voor de hond het signaal om achter ze aan te rennen. Echt een leuk spel voor de hond, maar natuurlijk minder leuk voor de schapen.

Waarom de schapen nu elke keer opschrikken is niet duidelijk. Er is niets te zien. Bijna niets. Er schuifelt een klein muisje langs onze voeten. Duidelijk niet bang van ons. Dat is waarschijnlijk de boosdoener.

Wij zitten rustig aan de rand van de kudde. De herder, Bart, vertelt ons waarom hij herder is geworden. Terwijl de kudde graast, komt er steeds meer publiek kijken. Drie dames spreken de herder direct aan: ‘Wat leuk dat we u nu van dichtbij zien. Ik heb gisteren nog genoten van uw foto van de zonsopgang op Facebook’. ‘Het zijn echt makke schapen, hé?’ ‘Daar geniet je zeker wel van?’ ‘Ga je er nu ver mee zo op zo’n dag?’ Het regent vragen en opmerkingen. Bart vertelt dat ze vandaag in dit gebied blijven grazen en vannacht tussen de netten blijven overnachten. ‘Slaap jij hier dan ook?’ ‘Nee,’ antwoordt Bart. ‘Ik ga gewoon naar huis.’

De dames denken mee. ‘Moet het kaal gevreten worden om de heide te laten groeien, moet ik dat zo zien?’, vraagt er een. Bijna goed. Bart legt uit dat het mooie stuifzand in dit gebied alleen behouden blijft als de wind het zand in beweging houdt. Een aantal jaren geleden is er 70 hectare bos gekapt om de wind meer ruimte te geven. De schapen zorgen dat het gebied open blijft en het een mooie heide vegetatie wordt. Een groene vlakte met jonge en oude hei, vergraste en zanderige plekken en her en der wat begroeiing. Als de schapen er niet zouden lopen, is het gebied over tien jaar weer een bos.

‘Hoeveel schapen heb jij nu?’ ‘350’. ‘Zijn dit 350 schapen, dat meen je niet.’ ‘Nee, dat zou je niet zeggen’. De dames geloven de herder niet op zijn woord en zijn pas overtuigd als ze de schapen proberen te tellen. ‘Het is wel echt smullen voor de schapen, hé? Wanneer zijn ze nu verzadigd?’ Bart legt uit dat ze ongeveer drie uur grazen en daarna anderhalf uur tot twee uur herkauwen. ’s Middags kunnen ze weer drie uur grazen. ‘U moet wel veel weten van de natuur en van weer en wind.’ ‘Wat heb je een mooi vak, hoe kom je aan zo’n baan?’ Dat is mooi, die vraag hadden wij ook net gesteld. Bart beschreef ons dat hij ondanks een aantal succesvolle banen niet tevreden was. Herder leek nog het meest op de uitkomst van de beroepskeuze test: ‘boswachter’. Om te kijken of dat wat is, heeft hij eerst meer dan een jaar in de avonduren en de weekends bij een herder gewerkt als vrijwilliger. Hij antwoord de dames: ‘Gewoon, door het te doen, kijken of het wat voor je is. Ervaring op doen bij andere herders.’

Inmiddels is het druk geworden op ons stukje van de vlakte. Achter ons lopen twee ruiters te paard. Her en der zitten groepjes mensen te genieten van het uitzicht. Een oma met twee puberjongens genieten van de honden en een moeder met twee peuters komt gezellig bij ons zitten. Jop vindt alle aandacht geweldig. Hij gaat het liefst tegen het bezoek aan liggen. Roy is inmiddels voor zichzelf begonnen. Hij ziet dat de herder het druk heeft met al het publiek en zorgt er gewoon zelf voor dat de schapen niet stiekem naar het volgende graasvak lopen.

Herder zijn is veel meer dan met schapen zorgen dat de natuur in stand wordt gehouden. Een herder verzorgt de entertainment voor het wandelpubliek en is de levende PR van Natuurmonumenten.

stoffig
’s Morgens eerst een stukje wandelen voor we kunnen ontbijten. Stoffige paden in de Loonse en Drunense duinen.

Dit is een verhaal uit het boek ‘Waar lopen de schapen?’ met foto’s van Suze Vonk.
Bestel (en koop) het boek nu al en krijg €5,00 korting.

De dames hebben er zin in

Ooien in draf naar de herder
Fijn, we mogen weer. Op pad met de herder.

Het is niet áltijd moeilijk om schapen te vinden. De Broekpolder in Vlaardingen is een groot gebied en dit keer heb ik vroeg afgesproken met de herder. De schapen staan nog ‘ingeschaard’ op de plek waar ze overnachten. De herder, Thomas, wacht me op bij een parkeerplaats. Thomas is trouwens al een uur bezig om netten te zetten langs de weg die het gebied omzoomt. Vanmiddag mogen de schapen daar de begroeiing in de berm begrazen. Dan is een net (als verplaatsbaar hek) om de schapen van het verkeer te scheiden wel zo veilig.

De schapen staan in een gebied met veel bomen, bosschages en genoeg gras. Even lijkt het erop dat ze daar liever blijven. Thomas hoeft echter maar een keer te roepen en de schapen roepen vrolijk terug. Ze zetten zich in beweging. Om zeker te weten of alle dames meekomen en om de afrastering te inspecteren, lopen we een rondje door hun slaapplaats. Thomas lijkt wel de rattenvanger van Hamelen. De schapen vormen een lang lint achter hem aan. Echte kudde dieren. Toch zijn ze niet allemaal hetzelfde. Jannie en Sjannie zijn twee oudere dames die steevast voorop lopen. Het liefst lopen ze in het spoor van Thomas. Zoals een hond ‘aan de voet loopt’. Ze geven af en toe met hun kop een duwtje tegen zijn hand. ‘Hier ben ik, mag ik mee?’, lijken ze te zeggen. Na een half uurtje wandelen doen ze dat ook bij mij. Voel ik me ook een beetje een herder.

We lopen voor de schapen uit naar de uitgang van het terrein en de schapen rénnen werkelijk achter ons aan. Misschien dat Meggy, de herdershond, een heel klein beetje heeft geholpen om het tempo te verhogen. Echt nodig is het niet. De hele ochtend blijven de schapen vooral de herder volgen. Zijn stem is voldoende om de schapen in beweging te krijgen en om ze mee te nemen.

De Broekpolder is een apart natuurgebied. Zo onder de rook van Rotterdam zou het allang bebouwd zijn, als het niet jarenlang gebruikt was als depot voor het havenslib. Te duur om schoon te maken. Maar zeker geschikt voor recreatie. Het is dan ook niet eenzaam om in dit gebied te lopen. Allereerst zijn daar natuurlijk al die dames met hun mooie zwarte koppen en de hond. Verder zijn er veel fietsers, joggers en wandelaars. Thomas heeft veel vrienden gemaakt de afgelopen vijf jaar. Ook wandelaars met honden lopen graag een stuk mee met de kudde. De honden blijken allemaal wel zin om Meggy te helpen met hoeden. En eigenlijk is dat best handig als we even snel over moeten steken of ruimte moeten maken voor fietsers of een ruiter met paard. Heel aparte herdershonden!

Duitse herder hoedt de kudde.
Elke hond wil de troepen bij elkaar te houden.

Af en toe is er ook weleens hond die vooral op zoek is naar een speelkameraadje en luid blaffend op de schapen afrent. Dan grijpt Thomas direct in en zet de kudde stil. De stilstaande schapen zijn niet interessant en meestal zijn de honden dan snel weer bij hun baas zodat ze aangelijnd afgevoerd worden.

De schapen worden ingezet om de berenklauw te bestrijden. Schapen vinden berenklauw een lekkernij. Thomas heeft er al een aantal filmpjes van gemaakt. Complete reuzen worden neergehaald en opgevreten. Er wordt ook geëxperimenteerd met grotere grazers. Echte Hooglanders. In Nederland hoed je niet met koeien. Je zet ze in een stuk natuurgebied met een hek eromheen. Ik ben benieuwd of je het effect op het natuurgebied kan zien. Koeien eten het liefst gras. Zou de berenklauw het terrein weer veroveren?

Overigens is de berenklauw ook in Amerika opgedoken. Amerikanen kiezen voor hun eigen aanpak. Ik geloof toch dat ik voor schapen kies.

Koeien in de Broekpolder.
De Schotse Hooglanders zijn gewoon koeien. Met hele grote horens. Ze lopen een vaste ronde in het natuurgebied.

Dit is een verhaal uit het boek ‘Waar lopen de schapen?’
Bestel (en koop) het boek nu al en krijg €5,00 korting.

Op zoek naar een zeldzaam bloemetje

Het klinkt zo gemakkelijk. ‘De schapen lopen ergens tussen Landsrade en Slenaken.’ Dat moet toch te vinden zijn? Rond twee uur zijn de schapen daar. We hebben nog genoeg tijd om iets te eten. Zou er wel iets open zijn? Dit weekend is het Pasen, dus er zal vast genoeg open zijn. Het eerste terras dat we zien, wordt onder handen genomen met de hogedrukspuit. Gelukkig, het terras is wel open en we eten een tosti. Dan gaan we echt op pad. Inderdaad zien we nog veel meer terrasjes. Die zijn wel al klaar voor het naderende Paasweekend. Elk huis met een beetje tuin heeft een terras en is open voor publiek. Hoezo toeristisch?

We begrijpen wel dat deze streek veel toeristen trekt. Glooiende heuvels, kronkelende weggetjes, lieflijke dorpjes. Maar geen schapen. We rijden wat rondjes rond Slenaken en stappen af en toe uit om echt in een dal te kunnen kijken. Dankzij de routeplanner komen we steeds weer terug op dezelfde plek. Maar we zien geen schapen. Zouden ze dan toch net achter die volgende heuvel lopen? We hebben gelukkig ook het telefoonnummer van de herder. Hij vertelt ons dat ze net op pad gaan en bij de golfbaan in Landsrade staan. Daar rijden we naartoe. Een deel van de route hadden we eerder al verkend. Niet ver genoeg dus. Maar ook bij de golfbaan zien we geen schaap. We parkeren de auto en luisteren.

Horen we ze? We weten het niet zeker. We zien niets. Toch maar weer heuvel op – nu lopend. Voor de zekerheid nemen we de fotocamera mee. Het doel is om een zeldzame bloem op de foto zetten en we hebben de herder nodig om die bloem te vinden. En inderdaad. Voor we de schapen zien, horen we ze al. Veel geblaat. Heel veel schapen groeperen zich, klaar om op pad te gaan naar Slenaken. Voor en achter een herder met een hond. Langzaam zet de stoet zich in beweging. Het is een machtig gezicht, al die schapenkontjes. Maar echt relaxed lijkt het niet. Vlak achter ons rijdt een grote vrachtwagen. Die wil er langs. De volgende twintig minuten rijdt hij langzaam achter de kudde hopend op een kans om in te halen.

Schapen in de weg.
Schapen in de weg.

De schapen lopen al etend en blatend in een grote groep achter de herder aan. Of is het voor de herder uit? Duidelijk is dat ze eigenlijk vooral bij elkaar willen blijven. Ooien of lammeren die wat te lang blijven grazen, worden door de hond of door de herder opgejaagd. Het is wel de bedoeling dat alle 500 schapen straks in Slenaken aankomen. We vragen de herder hoe lang het ongeveer duurt voor we op de weide zijn waar de zeldzame bloemen voorkomen. ‘Zo’. Hij bedoelt: ‘We zijn er zo’. En inderdaad, drie kwartier later zijn we op de heuvel waar de schapen weer vrij mogen grazen. Wij hebben dan dik een uur achter de kudde aangelopen en genoten van het avontuur. Want dat is het. Mensen die toevallig op de weg zijn waar de kudde langskomt, blijven staan. Met de auto of de fiets moet dat ook wel. Je kunt onmogelijk doorrijden. Wandelaars lopen een stuk mee. Toeristen die net zijn gearriveerd in hun vakantiehuis staan aan de straat te kijken. Echt iedereen lacht als ze de kudde zien. Behalve dan toch die ene vrachtwagenchauffeur. Hij is aan het werk. En de herder ook. Het is hard werken om de hele kudde veilig door het verkeer te loodsen.

En dan zijn we op de heuvel waar de zeldzame bloemen staan. Gelukkig hebben we even op internet gekeken waar we naar moeten zoeken. Nou ja zoeken. Het mag dan een zeldzaam bloemetje zijn, dat is dankzij de begrazing met schapen op deze heuvel niet echt meer zo duidelijk. Honderden gulden sleutelbloemen bloeien er. Voorzichtig, niet vertrappen. Ze staan wel op de rode lijst van beschermde soorten!

Op de rode lijst.  Zeldzame gulden sleutelbloem.
Op de rode lijst.
Zeldzame gulden sleutelbloem.

Ten slotte wandelen we weer terug. Dezelfde weg die de schapen liepen. We hebben niet zo goed opgelet. Het was veel te leuk om te zien hoe de hond aan het werk was om de schapen bij elkaar te houden. Toch is het niet moeilijk om de weg terug te vinden. Overal zien we sporen van de kudde. Platgereden poep, schapenwol aan het prikkeldraad en afgevreten fluitenkruid langs de weg. We genieten van ons mooie Limburg.

Dit is een verhaal uit het boek ‘Waar lopen de schapen?’ met foto’s van Suze Vonk. Bestel (en koop) het boek (€29,50) nu en krijg €5,00 korting.